Wat heb ik dit afgelopen semester allemaal geleerd?

Het nieuwe schooljaar begint alweer bijna. Tijd om terug te blikken op mijn vorige semester. Wat heb ik allemaal geleerd? Wat heb ik gedaan? En wat betekende dat allemaal voor mij? Je leest het hieronder!

 

Door weer terug te blikken op het vorige semester kom ik weer een beetje in de goede sfeer en kan ik volgende week makkelijker beginnen aan het nieuwe schooljaar omdat ik het na drie maanden vakantie een beetje kwijt ben.

 

Qua beeldend werk ben ik begonnen vanuit boomschors. Maar als snel begon ik collages te maken met portretfoto’s van mijn familie van begin 1900. Zelfs mijn oma weet van sommige mensen niet eens meer wie ze nou zijn. Ik heb allerlei experimenten/onderzoekjes gedaan. Heel klein werk: wat eigenlijk wel te klein was. Heel groot werk: dat op een leven lijkt waar je doorheen dwaalt als je er naar kijkt. Ik gebruikte foto’s waar alleen de voeten van mensen op stonden: hoe zal de rest van die persoon en dat leven dan zijn geweest…? Collages met kaarsvet: het wordt lastiger om te zien wat er te zien is door deze vreemde laag.

 

Is kaarsvet dan een soort stoorzender? Je kunt er niet goed door kijken, dat zorgt er voor dat je juist blijft kijken. Wat maakt een werk nou fascinerend? Je hebt Apollo en Dionysus. Het Apollinische is orde en rust. Terwijl het Dionysische juist chaos is. Zonder het Apollinische wordt een werk chaotisch, maar zonder het Dionysische wordt een werk juist saai om naar te kijken. Dus mijn werk wordt interessant om naar te kijken als er van beide een beetje in zit.

 

Aangezien ik veel foto’s van mensen heb gebruikt, begon ik mij af te vragen wat je nou tot een mens maakt. Volgens Locke zijn dat ervaringen en de herinneringen daarvan. Als ik bijvoorbeeld ergens naartoe ben geweest, en iemand anders niet, dan ben je door die ervaring en de herinnering daaraan, een ander persoon. Zo heb ik werk gemaakt van de herinneringen die mijn moeder nog van haar oma heeft en van de herinneringen die mijn vader nog van zijn opa heeft.

 

Dit jaar begon ik eigenlijk met de focus op reflectie. Ik wilde leren reflecteren. Maar in plaats daarvan heb ik geleerd dat de reflectie al in mijn werk zit, ik wilde het zelf alleen nog onder woorden kunnen brengen. Wat natuurlijk het effect van reflectie is, is proces. Ik merkte dat mijn proces heel vloeiend is, en het bijna vanzelf gebeurt. Vaak begin ik gewoon met maken, daarna heb ik een keer een gesprekje waardoor ik weer wat geholpen wordt en verder kan, dan word ik geïnspireerd door mezelf, dan weer door een werk van een kunstenaar, of ik kijk weer terug naar werk wat ik in de vorige semesters heb gemaakt, en zo gaat dat een beetje.

 

Omdat ik proces en reflectie zo belangrijk vind, wilde ik mijn manifest daar over schrijven. In mijn manifest reflecteer ik eigenlijk op mijn eigen proces, dus ik ben mijn manifest. En omdat ik mijn manifest ben, wilde ik die weer combineren met mijn werk, met de werkschouw.

 

Omdat mijn manifest over proces gaat, heb ik meerdere keren dingen uitgeprobeerd. Ik wilde een soort werk maken waar al mijn werk samenkomt, ik heb de muren beschilderd en er ook woorden uit mijn proces en over mijn proces bij geschreven. Het was eigenlijk meteen al een soort eindwerk dus ik ben het nog eens gaan proberen. Ik heb gefilmd hoe ik aan het werk was, maar ik wilde nóg een stap verder. Toen ben ik live gegaan zodat mensen live mee konden kijken met waar ik mee bezig was. Ik vond het best wel eng dus na 4 minuten heb ik hem al uitgezet (het voelde als meer dan 4 minuten…) Maar ik werd me heel erg bewust van mezelf en hoe ik bewoog en waar ik heen keek.

 

Wat ik dus dit semester wil blijven doen is het aangaan van uitdagingen. Hoe haal ik het meeste uit mijzelf? Hoe stimuleer ik mijzelf om te maken en te experimenteren?  Blijven schrijven, blijven denken, blijven filosoferen en vooral zorgen dat ik inspiratie haal uit alles wat er om me heen te zien is.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *